North Sea Wind Power Hub presenteert visie aan G20: windproject Noordzee vergt intensieve internationale samenwerking

  • 7 tot 15 keer meer windenergieproductie op Noordzee in 2040
  • Internationale coordinatie: ecologie beschermen en kostenbesparing tot 30  procent
  • Sterke punten stroom- en gassystemen combineren

Op donderdag 24 mei presenteerde het consortium verenigd in North Sea Wind Power Hub haar visie op windparken op de Noordzee aan de energieministers van de G20+ landen (waaronder Nederland) tijdens de Clean Energy Ministerial-bijeenkomst (CEM). De ministers waren bijeen in Kopenhagen en Malmö voor de ‘Nordic Clean Energy Week’. Het North Sea Wind Power Hub Consortium bestaat uit de Deense netbeheerder Energinet, Gasunie, Havenbedrijf Rotterdam, TenneT Nederland en TenneT Duitsland. Tijdens de bijeenkomst werd ze vertegenwoordigd door Lars Barfoed, voorzitter van de Raad van Bestuur van Energinet.

Kostenbesparing van maximaal dertig procent

Hij gaf onder ander aan dat de verwachting is dat offshore-windenergie op de Noordzee in 2040 een capaciteit zal hebben van 70 tot 150 gigawatt (GW) aan elektriciteit. Dit komt overeen met ongeveer een vijfde van de (verwachte) elektriciteitsconsumptie in de EU. De productiecapaciteit voor windenergie op de Noordzee moet hiervoor met een factor 7 tot 15 worden uitgebreid. Om dat doel te bereiken, moeten de betrokken landen nauw overleggen en hun planning zorgvuldig afstemmen. Een internationale benadering zal de infrastructuurkosten bovendien aanzienlijk terugdringen en zal leiden tot concurrerende elektriciteitstarieven. De betrokken landen hoeven niet meer elk hun eigen offshore-windparken aan te sluiten. Uit de eerste berekeningen blijkt dat een internationaal gecoördineerde uitvoering kan leiden tot een kostenbesparing van maximaal dertig procent.

Ecologisch evenwicht handhaven

Tegelijk stelde Barfoed dat beschermde natuurgebieden van essentieel belang zijn voor ons ecosysteem. Nauwe samenwerking tussen de betrokken partijen in de landen rondom de Noordzee is daarom noodzakelijk om het ecologische evenwicht te handhaven en klimaatverandering tegen te gaan, en om de kostenefficiënte ontwikkeling van zowel de windparken als de bijbehorende infrastructuur mogelijk te maken.

Power to gas

Naast het verkennen van de mogelijkheden voor een centrale ‘hub’ als verzamelpunt voor offshore-windenergie, onderzoekt het consortium tevens de ontwikkeling van oplossingen voor elektriciteitsopslag en -omzetting, waaronder de omzetting van stroom in gas (‘Power to Gas’). Deze activiteit zou aan land moeten worden uitgevoerd om zo waarde toe te voegen aan de op zee opgewekte windenergie. Het combineren van de sterke punten van stroom- en gassystemen kan bovendien een belangrijke impuls geven aan de opkomst van waterstof als duurzame oplossing in tal van toepassingen in de industrie, de gebouwde omgeving en de transportsector.

Verdere stappen

Een ‘hub’ in de Noordzee zal niet van de ene dag op de andere worden gerealiseerd, maar de vijf consortiumpartners hebben vooralsnog afgesproken om de mogelijkheden van deze visie te onderzoeken tot medio 2019. Dit zal worden gedaan door de technische, marktgerelateerde en milieu-aspecten concreet te analyseren.

Het volledige persbericht kan worden gevonden op de website van North Sea Wind Power Hub.